Een laatste werkdag om nooit te vergeten

In onze laatste werkweek in Oeganda hebben we gewerkt in een kliniek in Kitwe. Deze kliniek staat onder de verantwoordelijkheid van de First Lady en zo belanden in het Kitwe health center IV. Kitwe ligt vlakhij de grens met Tanzania en Rwanda. De kliniek is een eigenlijk een miniziekenhuis met 50 bedden en een drukke polikliniek, omdat ook patiënten uit de buurlanden naar deze kliniek komen voor gratis zorg. De kliniek beschikt niet over artsen, alhoewel er eigenlijk twee artsen horen te werken. Een week lang zijn wij de steun en toeverlaat voor het personeel en de patiënten en vooral onze laatste dag zullen we niet snel vergeten.

Het is een fijne kliniek om te werken met een goed team van verpleegkundigen en verloskundigen. Omdat het zo druk is, staan we elke dag om 6.30 uur op om op alle afdelingen visite te lopen, zodat we om 9 uur op de polikliniek kunnen zijn waar gemiddeld 150 patiënten per dag komen. We zien vele kinderen en volwassenen en vaak is het scala aan klachten eenduidig; hoofdpijn, buikpijn, misselijk, diarree, gewrichtspijn en koorts. Allemaal symptomen passend bij malaria. De clinical officers vertellen ons dat een hoop mensen komen met malaria-achtige klachten, maar eigenlijk alleen met het doel gratis malaria medicatie te krijgen voor in huis. We testen dan ook vrijwel iedereen voordat we medicatie geven, om zo te proberen resistentie niet in de hand te werken. Opvallend genoeg is het tijdens ons verblijf drukker. Vele patiënten komen met jaren bestaande klachten nog eens even bij de ‘mzungu’ (witte) dokter in de hoop op een oplossing.

Als we op onze eerste dag visite lopen is een jong meisje net opgenomen. Ze reageert vrijwel niet, is erg vermagerd en ziet er niet goed uit. Haar bloedsuiker is onmeetbaar hoog en we vermoeden dan ook een diabetische keto-acidose (ernstige vorm van onbehandelde suikerziekte). Het meisje is al jaren ziek, maar meerdere klinieken konden niet vinden wat er aan de hand was. Een bloedsuiker was nog nooit geprikt. Waar we in Nederland insuline en vocht gereguleeerd geven via pompen en elke twee uur uitgebreid bloedonderzoek doen, daar is dat hier allemaal niet mogelijk. De geneeskunde gaat hier terug naar de basis, waar je moet vertrouwen op wat je ziet en moet varen op de enkele meting die je wèl kan doen. Gelukkig daalt haar bloedsuiker gedurende de dag snel met extra vocht en insuline. Ze knapt op en voor ze naar huis gaat, laten we een bloedsuikermeter uit Kampala voor haar komen en leren haar zelf te prikken en te insuline spuiten.

Onze laatste werkdag is er één om nooit te vergeten. Om 17 uur zijn we net klaar met de patiënten op de polikliniek, als we naar de afdeling worden geroepen door een grote groep mensen. Op de afdeling is een ziek meisje bewusteloos binnen gebracht. Als we haar zien, heeft ze trekkingen en een gorgelende ademhaling. We passen de head-tilt chin-lift toe (om haar ademweg open te houden), waardoor ze weer normaal kan ademen en geven haar diazepam, waarna ze weer rustig is. Ze blijft bewusteloos en later horen we van haar echtgenoot dat ze in de ochtend om 11 uur al is begonnen met trekkingen en bewusteloos is geraakt. Ze wonen echter in een afgelegen dorp en hadden moeite om geld te regelen voor vervoer. Uiteindelijk is het gelukt haar op een bodaboda vast te binden en langzaam naar het ziekenhuis te rijden. Ondertussen is ze dus al meer dan zes uur bewusteloos. Daarbij blijkt ze ook nog 6 maanden zwanger te zijn.

Aangezien we veel malaria hebben gezien en ze koorts heeft, is de eerste gedachte dat ze cerebrale malaria heeft. De sneltest is negatief, maar we besluiten haar toch een eerste dosis antimalaria medicatie te geven. Ze kan nog steeds niet goed ademen zonder dat we haar ademweg openhouden en aangezien we te weinig spullen hebben, besluiten we dat ze naar het grotere ziekenhuis moet. Als dat door de verpleging aan haar familie wordt vertelt, willen ze dat eigenlijk niet. Ze hebben namelijk geen geld voor de brandstof van de ambulance, die patiënten hier zelf moeten betalen. We zeggen snel dat wij de brandstof betalen, voor ze onderling ruzie beginnen te maken.

De ambulance is niet meer dan een busje waar de patiënte op haar matras wordt ingeschoven. Samen met haar man en tante gaan we achterin zitten en vertrekken we met gillende sirenes naar het ziekenhuis. Na vijf minuten stoppen we echter al om te tanken en rijden daarna weer snel door. Over een hobbelige zandweg scheuren we met 120 km/uur naar het ziekenhuis. Door alle hobbels, vliegen we achterin alle kanten op, waarbij we proberen haar ademweg open te houden en haar rustig te houden. De rit duurt lang en we zijn een uur onderweg. Door alle hobbels wordt iedereen behalve Chris misselijk en hangen haar man en tante op een gegeven moment uit het raam over te geven. Louisa wordt een beetje misselijk en Chris geniet van de gedachte in een ambulance te racen als mzungu met twee kotsende locals. Gelukkig komen we veilig aan en net als we de deuren openen van de ambulance, krijgt ze opnieuw trekkingen. We hebben gelukkig diazepam bij ons en snel leggen we haar op een brancard en rijden we haar naar de afdeling.

In het ziekenhuis worden we opgevangen door verpleegkundigen, die telefonisch overleggen met de arts die nog in een vergadering zit. We plaatsen een mayotube om haar ademweg vrij te houden, ze krijgt een eerste gift antibiotica en er wordt gesuggereerd of ze geen eclampsie (zwangerschapsvergiftiging) heeft. Het lab is echter al dicht en de diagnose wordt later door de arts gesteld door haar urine met een dipstick te testen op eiwit dat 3+ positief is in combinatie met haar bloeddruk die aan de hoge kant is (140/110 mmHg). Ze starten de behandeling om de bloeddruk om laag te krijgen, maar in eerste instantie wordt niets gezegd over wat er met haar zwangerschap moet gebeuren. Voor de arts kwam, hebben we al met de verpleegkundige gesproken dat haar zwangerschap beëindigd moet worden om haar te redden als het zwangerschapsvergiftiging is. De verpleegkundige vertelde toen dat dat niet kon, omdat dat abortus zou zijn en dat hier verboden is. We snijden het onderwerp toch maar weer voorzichtig aan en gelukkig is de arts het met ons eens en schrijft haar de benodigde medicijnen voor. De volgende dag komen we weer langs en horen we dat ze de zwangerschap hebben beëindigd. Het gaat gelukkig nu ook beter met haar gaat en ze reageert weer op aanspreken. Een paar dagen later horen we dat ze lopend het ziekenhuis heeft verlaten.

Dit was alweer de laatste dag in de Oegandeze gezondheidszorg en na een evaluatie gesprek sluiten we het af. Arjen en Suzan zullen ons de komende weken vergezellen voor een welverdiende vakantie. Voor we daaraan kunnen beginnen moeten we eerst nog ons rapport over de belevenissen in Oeganda afronden om deze aan te kunnen bieden aan de First Lady.